Deze week was ik in Azerbeidzjan. Dat ligt in de Kaukasus tussen de Kaspische Zee, Rusland, Georgië, Armenië, Turkije en Iran. Het is twee keer zo groot als Nederland en heeft de helft zoveel inwoners. Een deel van het land is een exclave (Nachitsjevan), een ander deel is bezet door Armenië. Het bezette deel omvat Nagorno-Karabach en de omliggende provincies, bijna een vijfde van het land. De bezetting duurt al sinds begin jaren negentig.
Ik was er met een viertal collega's uit de Kamer op een bezoek dat was georganiseerd op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Nederland heeft recent een ambassade geopend in het land en hoopt de handelsbetrekkingen te verbeteren. Azerbeidzjan heeft een grote olievoorraad en heeft grote gasreserves. Dat is zichtbaar in Bakoe, de hoofdstad, waar overal hijskranen staan. Het Dubai van de Kaukasus. Prachtige stad. Maar op ongelooflijk smerige grond want door de olie en decennia van vuile industrie is Bakoe nu volgens de VN één van de meest vervuilde steden ter wereld.
De meeste gesprekken gingen over de situatie in het land zelf waar corruptie heerst en burgerrechten als democratie, vrijheid van meningsuiting en vrije media niet worden gerespecteerd en over Nagorno-Karabach. Over dat laatste zei de minister van Buitenlandse Zaken dat Azerbeidzjan een vreedzame oplossing wil maar dat onderhandelingen niet eeuwig kunnen doorgaan. Azerbeidzjan zal volgens hem hoe dan ook de territoriale integriteit herstellen. Een oorlogsdreiging dus. Het is de vraag hoe serieus die is. Azerbeidzjan verdient veel geld en steekt een groot deel daarvan in het leger, maar om een hooggelegen gebied te moeten veroveren is vermoedelijk meer nodig. Maar het is hoe dan ook hopen dat het zo ver niet komt. De vraag is wie er belang heeft bij een (vreedzame) oplossing. De Armenen niet, de Russen wellicht ook niet en volgens gesprekspartners het Azerbeidzjaanse regime zelf eigenlijk ook niet. Misschien kan de EU nog wat invloed uitoefenen.
Op dinsdagavond was natuurlijk het moment van de halve finale. We waren uitgenodigd voor een diner met twee parlementariërs, één van de regering, één van de ‘oppositie'. De toegestane oppositie dus... Dat wil zeggen dat ze geen werkelijke bedreiging vormen en ook niet willen vormen voor de machthebbers, zelf veel voordeel hebben van hun rol als parlementariër en hun rol als oppositie zo goed mogelijk spelen.
Een heerlijk diner waar onze gastheer de rol als tamada op zich nam en de ene toast na de andere uitbracht. Dat is een traditie in de Kaukasus die ik voor het eerst meemaakte en wat onwennig beleefde. Zo rond tien uur lokale tijd (hier zeven uur) werden Atzo Nicolaï (VVD) en ik langzaam zenuwachtig. Nog anderhalf uur tot de wedstrijd en we wilden eigenlijk terug naar de stad om daar met andere Nederlanders de halve finale te kijken. Maar we moesten en zouden nog bij onze tafelheer op bezoek in zijn dacha voor een kop thee en het desert. Een dacha is een buitenhuisje buiten de stad. In dit geval een grote villa met zwembad. Parlementariërs in Azerbeidzjan hebben het nogal breed. Iets dat je in veel voormalige Sovjetrepublieken ziet. Het lidmaatschap van het parlement is een manier om je belangen veilig te stellen. Het systeem is door en door vergeven van eigenbelang.
Behalve de thee kwam ook drankjes en hapjes op tafel, waardoor we niet snel weg konden. En zo belandden we op de grote bank in de huiskamer voor een mega-TV waar het voetbal voorzien werd van Azerbeidzjaans commentaar. Na tien minuten verruilden we dat voor de Russische zender zodat we in elk geval nog spelersnamen hoorden. We hebben de buurt bij elkaar gejuicht voor Gio, Sneijder en Robben en schreeuwden de laatste minuten om het laatste fluitsignaal. De Azeri's deden druk mee, maar zullen zich toch verbaasd hebben over zoveel opwinding. Die halve finale zal ik dus nooit vergeten. De finale kijk ik toch maar gewoon in Nederland, het liefst op een groot plein met veel mensen en een groot scherm.
Ik vond Azerbeidzjan een interessant land. Aan de ene kant snelle ontwikkeling in de stad met een rijke elite. Overal hijskranten. Aan de andere kant wordt geld niet alleen door olie verdiend maar ook met corruptie en blijft de rest van het land achter. Publieke diensten zijn er nauwelijks. Diploma's of gezondheidszorg moet je kopen. Vrije pers wordt de kop ingedrukt. En Nagorno-Karabach drijft als een donkere wolk boven het gebied.
Terug naar overzicht
